Voor het eerst weken we uit naar een van de ontmoetingscentra, na het overlijden van onze vroegere lokaalhouder Martin.

Op het programma leken er vooraf geen speciale verrassingen te staan, behalve misschien Piet Ulburghs tegen Luc Geerts, die dikwijls een stevig robbertje schaak laten zie in hun onderlinge partijen. Piet moest na een tactisch gevecht de koning neerleggen.

Toch zou de namiddag spannender worden dan gedacht.

Eerst was er al Herman de Wel die met wat hulp van Jaak Berben door het oog van een naald kroop om remise te krijgen in verloren stelling. Michel Vandecan bleek de mogelijkheden van zijn stelling beter ingeschat te hebben dan Jos Berta en veroverde zo het volle punt.. Freddy Charles bleek een maatje te groot voor Sylvain Marmenout die niet wist van welk hout pijlen maken.

Roger Jacobs leek op weg om de stunt van Wim Bastiaansen te herhalen tegen Rudi Indemans. Doch net als bij Rudi speelt de klok bij Roger ook nogal eens een rol. Zijn opgave kwam toch nogal rap.

Wim Bastiaansen slaagde er wel in om Benito Sarrechia het leven moeilijk te maken en kon zo weer een verdiende remise binnen rijven. Heinz Bork en Leo Heylen stelden elkaar in de openingsfase op de proef en het was Leo die vanaf de 17de zet de pedalen verloor en zo het punt.

Fernand Jordens en Johnny Cleuren kozen voor een originele opstelling in de Philidor opening, waarbij Fernand zich het eerst van weg vergiste, zich herstelde maar daarna weer verloren liep met een verdiende winst voor Johnny. Hubert Monard opende met een soort Colle. Laat dat nu juist een van de stokpaardjes van Peter Vermeulen zijn die elke zwakke zet van Hubert prompt afstrafte.

Op dat ogenblik waren alleen nog Robert Schuermans en Daniel Vercauteren aan het spelen in een partij die zeer goed voorbereid bleek door Daniel. Het leek recht op een remise af te gaan toen Daniel (in lichte tijdnood) in het verre eindspel een klein zwakte schiep die Robert toeliet om het laken uiteindelijk naar zich toe te trekken.

Koerier

Back to top